
Kruipende, overblijvende klaver van zilte, vochtige graslanden; de korte bloembuisjes maken de nectar de hele zomer bereikbaar voor honingbijen.
Aardbeiklaver is een overblijvende, over de grond kruipende klaver van zilte, kleiige en vochtige bodems, beekoevers en laaggelegen weiden. De bloemen in de roze-witte hoofdjes hebben een korte buis, zodat honingbijen de nectar gemakkelijk bereiken. Net als witte klaver geeft ze goed nectar, en op zilte, natte weiden is ze vaak de belangrijkste vlinderbloemige drachtplant.
Ze bloeit lang, van juni tot september, en bloeit opnieuw op begraasde of gemaaide percelen. Na de bloei zwellen de hoofdjes op tot vruchtclusters die op aardbeien lijken; daar dankt de plant haar naam aan.
Er wordt geen aparte soortzuivere honing van gewonnen; gemengd in klaver- en weidehoning geeft ze een lichte honing met een zacht aroma. Ook stuifmeel wordt verzameld, maar de eigenlijke waarde zit in de nectar.
Omdat ze zout en kortstondige overstroming verdraagt, wordt ze ingezaaid om schrale en zilte weiden te verbeteren. Bijenstanden in de buurt van zulke gebieden profiteren ervan midden in de zomer, als andere planten verdord zijn.